Unicum: Martien Meiland wil na auto-ongeluk níet voor tv-camera
Normaal gilt Martien Meiland het liefst voor elke camera die ook maar in de buurt komt, maar na zijn auto-ongeluk houdt hij zich ineens opvallend gedeisd. “Niet voor de camera aub!”
© RTL Boulevard Martien Meiland (64) en zijn dochter Montana (32) zijn betrokken geraakt bij een botsing. Ze zaten in Montana’s bus toen een regiobus achterop reed, met flinke materiële schade tot gevolg, waaronder een zwaar beschadigde voorruit. De oorzaak lijkt te liggen bij de buschauffeur die door de hitte even afgeleid was door de airco.
Niet voor camera
De schrik zit er goed in, aldus verslaggever Thom Goderie. “Ik had vanmorgen even contact met Martien”, zegt hij in Shownieuws. “Ik zei van: ‘Hoe gaat het? Wil je misschien op camera erop reageren?’ Hij wilde wel reageren, maar niet op camera, want hij zei: ‘Ik heb heel slecht geslapen vannacht’, en als je deze beelden ziet, dan snap je dat wel.”
Sandra Schuurhof: “Wat zat die buschauffeur te doen?”
Thom: “Ja, die lette niet zo goed op, denk ik. Die had een heel grote ster in het raam, een soort spinnenweb van glas, noemde Martien het. Maar gelukkig wilde hij ons wel even telefonisch te woord staan.”
Emotionele Martien
Van het ene op het andere moment word je helemaal naar voren geslagen, vertelt Martien per telefoon. “Je zit in de riem en die drukt helemaal op je borstkas. Nou meid, je weet niet wat je meemaakt. Ik had ook geen idee dat er een bus achter ons zat. Montana keek in haar zijspiegel en zegt: ‘Pap, het is een heel grote bus.’”
Hij vervolgt: “Op een gegeven moment stond er een jongeman naast mij en ik deed het raampje open, maar ik had helemaal niet het idee dat dat de chauffeur was. Die begon ook helemaal te trillen en toen zeg ik: ‘O, kind, ben jij de chauffeur van de bus?’ ‘Ja’, zegt-ie.”
‘Héftig, héftig’
Dan schiet Martien vol. “Nou, ik kan er gewoon helemaal emotioneel weer van worden. Het was héftig, héftig. Ik heb vannacht ook heel slecht geslapen, want met omdraaien deed het allemaal zeer, maar toen dacht ik: er zijn ergere dingen en ik vond het voor de buschauffeur ook vervelend.”
“Maar zodra ik vanmorgen op stond, dan staat dat lijf en toen ging het helemaal goed. Ik ben net al in de tuin aan het gewerkt was, mét die planten die wij gisteren gekocht hadden!”