Katja Schuurman: ‘Albert Verlinde was echt woest over aids-grap’
Katja Schuurman stelt dat Albert Verlinde echt jarenlang boos op haar is geweest vanwege een nogal ongepaste aids-grap in de speelfilm Interview. “Een actrice is een lege huls.”
© SBS, NPO Het is twintig jaar geleden dat Theo van Gogh op gewelddadige wijze werd vermoord en gisterenavond werd hij herdacht aan tafel bij Jeroen Pauw in Bar Laat. Eén van de gasten was Katja Schuurman, die de hoofdrol in Theo’s film Interview speelde. In die film wordt een behoorlijk grove grap gemaakt over showkoning Albert Verlinde.
‘Iedereen aids’
Juist dat fragment laat Jeroen aan zijn kijkers zien. “Heet jij Pierre?”, zegt Katja’s personage tegen het karakter van mede-acteur Pierre Bokma. “Ik ken jou helemaal niet. Ben jij van de showredactie? Albert Verlinde, die aan aids gestorven is, die was toch van de showredactie? En jij bent zijn opvolger?”
Haar personage — Katja speelt in de film een cliché van zichzelf — vervolgt: “Pas maar op dat jij niet ook aids krijgt. Bij jullie op de krant heeft volgens mij iedereen aids. Het is meer de Gay Krant, hahaha.”
Woeste Albert
Katja schrikt ervan dat dit fragment door Jeroens redactie is uitgekozen. “Dankjewel ook weer voor dit fragment, want Albert Verlinde heeft me dat niet in dank afgenomen. We hebben het uiteindelijk uitgesproken. Ik heb hem gezegd: ‘Het was slechts mijn tekst. Een actrice is een lege huls. Ik krijg gewoon teksten en die spreek ik uit.’”
Ze vervolgt: “Hij deed toen Boulevard en hij heeft toen een hele poos wel dingen gezegd van: ‘O, daar heb je weer Katja Schuurman, die is veel te dik!’ Nou ja, hele negatieve berichtgeving omtrent mij, dus dank dat dit weer heel even naar voren komt. Fijn!”
Gekwetst
Jeroen denkt dat Albert dit nu wel kan plaatsen. “Nou goed, oké, maar je hebt nu ook uitgelegd aan Albert via dit dat een actrice een lege huls is. Dan snapt hij ook dat hij het jou niet nog een keer kwalijk kan namen.”
Medegast Hanneke Groenteman stelt dat Theo dit precies wilde bereiken. “Als hij raak schoot, dan had hij beet. Dan kwam hij helemaal klaar, echt. Dat vond hij héérlijk. Als mensen, zoals dus Albert Verlinde, hapten en gekwetst waren en erop ingingen. Dan had hij beet…”