Dries Roelvink deelt sneer uit aan Wolter Kroes: ‘TLC ander kaliber’
Dries Roelvink schept in een interview met De Telegraaf niet alleen op over zijn vermogen, ook deelt hij en passant een sneer uit aan collega-zanger Wolter Kroes. “TLC is toch van een ander kaliber.”
© SBS Het is voor Dries Roelvink geen geweldig nieuws dat reallifesoaps over volkszangers inmiddels een rage is geworden. Hij zwemt nu immers in een zee van collega’s die allemaal hetzelfde doen. Naast onder anderen Gerard Joling, René Froger en André Hazes jr. gooit nu ook Wolter Kroes zijn leven voor de camera. En dat maakt die van Dries minder speciaal.
Ander kaliber
Wat ooit een onderscheidend kenmerk was, is nu gewoon standaard: wat vindt Dries daarvan? Baalt hij? Een beetje wel, zo lijkt het. “Hij komt met zijn soap bij TLC, hè?”, vraagt hij zich hardop af in De Telegraaf. Vervolgens zegt hij competitief: “Ah, ja. Dat is qua kijkcijfers van een ander kaliber.”
Zelf zit Dries bij het grote RTL. Denkt hij dat Wolter gaat scoren? “Wolter is vorig jaar erg ziek geweest, en daardoor is hij naar eigen zeggen anders in het leven gaan staan. Als hij laat zien hoe hij nu van het leven geniet, kan het zeker een succes worden.”
Warme stem
Vreest Dries dat hij ondergesneeuwd raakt? “Je ziet nu al die nieuwe jongens opkomen. Rutger van Barneveld en Justen de Wildt. Ik kan niet zeggen dat dat betere zangers zijn.”
Hij vervolgt: “Ik heb veel warmte in mijn stem, en dat wordt nog weleens onderschat. In Nederland is daarnaast ook de gunfactor belangrijk, en die heb ik gelukkig aan mijn kont hangen.”
Niet om het geld
Dries maakt zich om geld in elk geval geen zorgen. “Ik zeg je eerlijk, een jaar of vijftien geleden hoefde ik financieel al niet meer na te denken. Ik heb geen rare investeringen gedaan, en mijn vrouw heeft altijd goed op de centen gelet. Maar wat er de laatste tijd gebeurt, is niet normaal meer.”
Hij besluit: “Neem nu de gehaktballen van Dries bij een grote supermarktketen. Ik krijg ongeveer achttien cent bruto per verkochte bal, en we hebben er nu zo’n veertien miljoen verkocht. Reken maar uit. Ik maak het alleen niet op aan dure spullen. Het zal ooit naar mijn kinderen gaan.”