Jort Kelder krijgt wind van voren: ‘Aristocraat zonder dienaren!’
Jort Kelder krijgt de wind van voren na zijn ruzie met een verkeersregelaar. Zijn gedrag is volgens columnist Marcel Peereboom Voller onacceptabel. “Hij is een aristocraat zonder dienaren.”
© NPO BN’ers genieten dankzij hun bekende gezicht allerlei privileges. Veel mensen zijn onder de indruk van hen en schuiven de sterren daarom allerlei voordeeltjes toe. En daar is ook Jort Kelder kennelijk aan gewend geraakt. Hij begreep laatst niet waarom een verkeersregelaar hem geen uitzonderingspositie wilde verlenen in een straat met eenrichtingsverkeer.
Boos hesje
Het leidde tot een zeer hevige ruzie waar bijna beveiliging aan te pas gekomen en om Jort op zijn plek te zetten, is een collega van de bewuste verkeersregelaar met dit verhaal naar De Telegraaf gestapt. Waarom?
Omdat Jort aankondigde dat hij een column over de situatie zou gaan schrijven, dus ‘dat hesje’, zoals Jort met dedain over de verkeersregelaar spreekt, wilde hem voor zijn. En daarom ligt nu het sterrengedrag van Jort op straat.
‘Dat heurt niet’
Telegraaf-columnist Marcel Peereboom Voller vindt het fout dat Jort dreigde een column over de verkeersregelaar te schrijven. “Heurt dat eigenlijk zo in de journalistiek, de pen misbruiken om een persoonlijk geschil uit te venten? Nee, dat heurt niet. En als mens siert het je al helemaal niet.”
Waar Jort zo boos over is? Dat hij door het inrijverbod moest omrijden. “Om dat in één adem te verbinden aan het leed van de toeslagenouders, is of misplaatste satire, of elitair grachtengordelgedrag waar men buiten de ring nu juist zo’n hekel aan heeft. Ik denk het laatste.”
Vrijwilligers
Marcel wijst erop dat verkeersregelaars vaak vrijwilligers zijn. Daar mogen we volgens hem wel wat dankbaarder voor zijn. En verheven gedrag is volgens hem al helemaal niet op zijn plek. “Jort Kelder is een aristocraat zonder dienaren.”
“Opgegroeid in een doodgewoon middenstandsgezin is zijn vermeende verhevenheid ten opzichte van het ’gepeupel’, in dit geval de verkeersregelaar, nogal lachwekkend.”